Galerie Hoogenbosch logo

    Interesse?

    Afrikaanse beelden van verlangen en verzet

    JUDITH KOELEMEIJER de Volkskrant, 13 maart 1998

    Mooi beeld, maar wat jammer dat het een bolhoedje op heeft, zeiden verzamelaars vroeger als ze een 'colon' onder ogen kregen....

    Colons worden ze genoemd, de Afrikaanse beelden met typisch Europese attributen als bh's, japons, tropenhelmen, stropdassen, paraplu's en zonnebrillen. Ze werden vanaf het begin van deze eeuw in bijna heel Afrika gemaakt, maar tot voor kort wilde geen Europese handelaar of verzamelaar ze hebben. Mooi beeld, zei zo'n verzamelaar dan, maar wat ontzettend jammer dat het een bolhoedje op heeft. Colons zouden niet authentiek zijn, niet 'echt Afrikaans'. Althans, in Europese ogen.

    Vijftien jaar geleden kreeg Frank Velghe (46), Belgisch groothandelaar in etnografica en verzamelaar van colons, een 'Ashantimannetje met fez op een veel te kleine fiets' cadeau bij de aankoop van twee Yoroeba beeldjes. Het was een leuk ding voor erbij, meer niet. Inmiddels worden er soms voor colons hogere prijzen betaald dan voor 'traditionele' Afrikaanse beelden, zegt Velghe - van wie nu tientallen colons geëxposeerd worden in de Rotterdamse Kunsthal. De colon is ontdekt, en wetenschappers, conservatoren en verzamelaars vragen zich ineens ijverig af wat de betekenis is geweest van, bijvoorbeeld, een beeld van een blanke in tropenpak uit Zaïre - met stropdas en strakke scheiding in het haar, en volle, Afrikaanse lippen.

    Te laat, zegt Velghe. Veel te laat. Ja, mythen, verhalen, en meer of minder waarschijnlijke veronderstellingen genoeg. Droombeelden zouden het zijn, inderdaad, beelden waarin de Afrikaan zijn wens om hogerop te komen in de koloniale maatschappij gestalte gaf. Allicht, zegt Velghe. Als er in Afrika maskers werden gemaakt om genezing af te dwingen, waarom zouden er dan ook geen colons zijn gesneden in de hoop rijkdom en prestige te vergaren? Zo gezien zijn zij verlangens in hout; beelden die het onbereikbare dichterbij moeten brengen.

    Het is een mooi sluitend, misschien wel typisch westers verhaal. Eenduidiger in elk geval dan de veelkleurige Afrikaanse werkelijkheid. Bovendien: wie durft zeker van zijn zaak te zijn als Afrikanen zelf vaak niet eens meer weten waar colons toe dienden? Riten zijn verstoft, geheimen niet doorverteld, verhalen vergeten. Vreemd is dat niet: 'Ga hier maar eens vragen wat de oorspronkelijke betekenis van de kerstboom is, wedden dat niemand het weet.'

    Een oudere man uit Ivoorkust vertelde Velghe eens dat colons vroeger langs de kant van de weg werden gezet als de Fransen belasting kwamen innen, om de dorpelingen te waarschuwen dat ze beter nog een rondje om konden gaan. De Fransen zelf koesterden intussen de illusie dat de beelden er stonden om hen te verwelkomen. Mooi verhaal, zegt Velghe, maar te checken is het niet. 'Als ik het een ander vraag, heb je negen van de tien keer kans dat hij het verhaal bevestigt, alleen maar om me over de weinige haren te strijken die ik heb.'

    Natuurlijk maakt juist die geheimzinnigheid de colons fascinerend. Dat Velghe vijftien jaar geleden niks, maar dan ook niks over zijn 'Ashantimannetje met fez op een veel te kleine fiets' in de bibliotheek kon vinden, was een van de redenen dat hij colons ging verzamelen. 'Zelfs als een beeld heel duidelijk een Europese invoed had, werd dat in de literatuur volkomen genegeerd. De rare manier waarop er tegen deze beelden werd aangekeken, intrigeerde me enorm.'

    Misschien heeft zijn fascinatie ook met zijn afkomst te maken. Velghe komt uit een aartsconservatief, racistisch gezin; zijn moeder dweepte met haar blanke Zuid-Afrikaanse broeders. Sinds hij als jongen - een enorme schok was dat - ontdekte dat de berichten over mishandelde zwarten geen communistische propaganda waren, zoals zijn moeder vertelde, maar werkelijkheid, is hij altijd bovenmatig geïnteresseerd geweest in de ándere kant van het verhaal.

    Hoe wit over zwart dacht, wist hij beter dan hem lief was. Hij wilde weten hoe zwart over wit dacht. Velghe was actief in de apartheidsbeweging, trouwde een Nigeriaanse vrouw - die overigens niks van die 'oude rommel' moet hebben, geef haar maar een lekker fris, nieuw Afrikaans beeld - en verzamelde inmiddels zo'n driehonderd colons. Stuk voor stuk beelden die de blanke man een spiegel voorhouden.

    In de Kunsthal staan de colons dicht op elkaar in een aantal vitrines in een gang, zonder noemenswaardige tekst of uitleg. Ondanks die liefdeloze presentatie, is het een indrukwekkende verzameling. Er is een 'bedrijfsleider' uit Ghana die het duidelijk helemaal gemaakt heeft, gezien zijn dikke buik, prominente stropdas en de manier waarop hij zijn handen nonchalant in zijn zakken heeft gestoken. Er is een schrijvend meisje met een groot horloge om haar pols (Ashanti, Ghana) die wel een glorieuze toekomst tegemoet móet gaan, en er is een gewichtige Franse gendarme in kostuum (Ivoorkust) die je niet graag zou tegenspreken.

    Toch kom je er niet als je zegt dat het allemaal 'beelden van verlangen' zijn - zoals de titel van de catalogus luidt. Want hoe moeten we dan de arme politicus bekijken die onder een soldatenvoet op de grond ligt te spartelen? De soldaat heeft zijn laars op zijn borst geplant, steekt een stok in zijn mond en balt zijn vuist. De schrijver van de catalogus suggereert dat het hier om een coup gaat, maar Velghe gelooft daar niks van: 'Ik zie hier een koloniale soldaat die een Afrikaan bedreigt.' Zo'n interpretatie blijkt, raar maar waar, nog steeds gevoelig te liggen. Eerder stelde Velghe het beeld tentoon met de tekst: Britse soldaat bedreigt Afrikaan. Kwam er meteen een brief uit Engeland. Wist mijnheer wel dat Engelse soldaten zich zo nooit gedragen hebben? Nee, de soldaat was een Duitser, dat zag je zo.

    Er zijn meer colons die eerder beelden van verzet, dan van verlangen lijken. Zoals het fraaie ivoren beeldje van een blank en een zwart mannetje die elkaar de hand willen schudden. De zwarte man is kleiner en kijkt op naar de ander, de blanke man kijkt schuin langs hem heen. Duidelijker kan het machtsverschil niet worden uitgedrukt.

    Wie weet hoeveel kritiek, ironie en humor er in veel colons verstopt zit. Wie weet hoe hard er ooit gelachen is om het ivoren beeldje van het mannetje met de Europese hoed en de warme winterjas (Vili, Zaïre). Hij is blootsvoets, en heeft onder de jas niets aan. Alsof de maker wil zeggen: moet je die belachelijke Afrikanen zien die hier Europese jassen gaan dragen! Ze smelten erin!

    Je kunt je afvragen over wiens verlangen we het eigenlijk hebben. Allicht zeggen de beelden iets over het Afrikaanse verlangen Europeaan te zijn. Maar misschien zeggen zij minstens zoveel over de Europese verwachting dat de Afrikaan net zo wil worden als wij.

    Zeker is dat je met begrippen als 'authenticiteit' niet ver komt als je colons wilt beoordelen. Zoals dat geldt voor veel Afrikaanse kunst overigens. Velghe kan zich mateloos verbazen over zijn klanten, die maar één criterium kennen: is het beeld 'echt', dat wil zeggen van vóór 1960 en werkelijk gebruikt bij rituelen. Zo niet, dan is het 'toeristenkunst'. Alsof er geen andere, minder exotische redenen zijn om een beeld te waarderen.

    Velghe: 'De ontwikkeling van de cultuur is echt niet gestopt nadat wij daar vertrokken zijn. De kwaliteit zit niet in de ouderdom. Er zijn toch in alle tijden knoeiers geweest? Bovendien is het met hout bijna onmogelijk om de precieze ouderdom vast te stellen. Ik ken heel wat verzamelaars die zowat een toeval krijgen bij de gedachte dat hun beelden niet zo authentiek zijn als het lijkt, of als hen verteld is. Daarom zeg ik altijd tegen mijn klanten: je vindt het mooi of niet.'